Sommige Border Terriërs voldoen helemaal perfect aan de rassenstandaard. Maar
sommigen zijn te lang of te kort of ze lopen verkeerd. Daarmee kun je moeilijk
meedoen aan shows. En als je echt wilt weten of je hond perfect is moet je naar
de rassenstandaard kijken.
Dit is de rassenstandaard.
Zijn karakter
Hij moet actief en sportief zijn zodat hij altijd aan het werk kan. Dat staat in
de rassenstandaard. Als hij dat niet kan is hij dus een schoothondje en voldoet
hij al niet aan de eerste eisen.
Hoofd en schedel
Je hond moet het hoofd hebben van een otter: middelmatig breed, een korte
schedel, een krachtige snuit en een zwarte neus. Zijn hoofd onderscheidt hem van
andere rassen.
Ogen
Hij moet donkere ogen hebben met een doordringende uitdrukking. Zijn ogen mogen
niet uitpuilen want dan zijn ze kwetsbaar.
Oren
De oren moeten klein en V-vormig zijn en middelmatig dik en ze moeten naar voren
staan. Als hij dit heeft, heeft hij perfecte oren.
Mond
Je Border Terriër moet een sterk gebit hebben. Het moet ook groot zijn. De
onderkaak heeft 6 snijtanden, 2 hoektanden en 12 kiezen. En de bovenkaak heeft 6
snijtanden, 2 hoektanden en 14 kiezen. Zo ziet een perfect gebit eruit.
Hals
De hals moet niet te kort zijn maar ook niet te lang. Een beetje in het midden,
dat is de beste lengte. Maar hij moet vooral niet te kort zijn want dan krijgt
de Border Terriër last van zijn schouderbladen.
Voorkant
De voorbenen moeten recht staan. Hij moet ook niet te zware botten hebben. Hij
moet zo gebouwd zijn dat hij heel lang naast een galoperend paard kan rennen.
Achterkant
Hij moet op snelheid gebouwd zijn. Dat betekent dat hij snel moet kunnen rennen.
Hij moet echt goede spieren hebben als je bedenkt dat hij zich eigenlijk met de
achterkant afzet om te kunnen rennen.
Voeten
Ze moeten klein zijn met dikke zolen. Als je Border Terriër een soort
hazenvoeten krijgt dan is het niet goed maar dan zijn ze te lang.
Staart
De staart moet matig kort zijn en aan het eind smal zodat hij er lekker mee kan
kwispelen. Ook deze staart onderscheidt hem van andere rassen.
Beharing
Het haar moet hard en dicht zijn en hij moet een dik vel hebben. Een dikke vacht
is van groot belang om te beschermen tegen kou en nattigheid.
Gewicht
Het meisjeshondje, de teef, weegt tussen de 5,1 en 6,4 kilo. De reu, het
mannetjeshondje, is iets zwaarder en weegt tussen de 5,9 en 7,1 kilo. Deze
gewichten gelden alleen voor werkhonden