De drol

Er was eens een prinsesje en haar naam was Roos. Ze woonde in een land hier ver vandaan samen met haar ouders, de koning en de koningin van het Land van Prinses Roos.

“Mormel, mormel, mormel kom eens mormel!”, riep de koning hard.” Eh,eh,eh Sammy!”, schreeuwde Prinses Roos. “Ja,ja,ja” bromde de koning.” Mormel” fluisterde de  koning. Sammy keek op van zijn mat. ”Ik heb lekkere bonbons voor je”, riep de koning. “Dank je”, hoorde de koning de koningin van boven schreeuwen. De koning riep naar boven: “Maar schatje, ze zijn niet voor jou.” “Oh  heb je een andere vriendin?”, riep de koningin een beetje beledigd van boven. “Nee lief koninginnetje van me, de bonbons zijn voor mormel.”

Intussen was de koningin naar beneden gelopen ze zei:”Schatje,schatje,schatje van me, je moet nu toch echt eens leren dat Sammy,Sammy heet en dus niet mormel.” “Ja,ja,ja”, bromde de koning  hij gaf Sammy een paar bonbons.

“Kok maak eten!”, schreeuwde de koning. Even later zaten ze aan tafel. “Hm,hm wat lekker kok. Wel een beetje raar. Maar er zitten stukjes bonbons in dus het zal wel goed zijn.” “Maar Hoogheid, ik heb helemaal geen bonbons in het eten gedaan…”  De koning keek naar zijn bord en riep uit: “Mormel heeft op mijn bord gepoept!” “Eh,eh,eh, Sammy heeft op je bord gepoept”, verbeterde prinses Roos, “heeft Sammy op je bord gepoept?”

“Kindje, kindje, kindje toch, soms lijk je ook zo op je vader. Gelukkig heb je het mooie en het slimme van mij geërfd, anders was je net zo waardeloos als je vader.” “Hé!”,  riep de koning beledigd. “Grapje schat, ik hou toch van je”, zei de koningin. “Pom,pom,pom”, bromde de koning, “het zal wel want het knappe en slimme heeft ze juist van mij.” “Tuurlijk, tuurlijk…”. Nu keek de koning weer wat blijer. Gelukkig maar, want het was niet heel slim om ruzie te krijgen.

‘s Avonds lagen de koning en koningin in bed. “Welterusten koninkje van me”, fluisterde de koningin, “snuf, snuf, snuf  koninkje, heb je weer een scheetje gelaten?” “Nee schat, dit keer niet. Heb jij geen scheetje gelaten? Misschien ben jij het?” “Nee schat ik ben het nooit. Hé wacht eens even mijn haar is nat en het stinkt naar…” “Poep!”, vulde de koning aan.

“Mormel!”, schreeuwde de koning. “Dat stomme mormel poept eerst op mijn bord en nu op het Koninklijke Kapsel van mijn vrouw. Dat mormel gaat te ver, ik vermoord hem!” De koning liep rood aan van woede.

“Het mormel heeft ook een naam, namelijk Sammy!”, riep prinses Roos boven het gevloek van de koning uit. “Het zal wel!”, riep de koning boos, “volgens mij is het een mormel want normale beesten poepen niet op borden en op Koninklijke Kapsels!”

“Sammy heeft ook gevoelens hoor!”, riep prinses Roos boos .

“Sammy heb jij in mama’s bed gepoept?” Sammy piepte en keek haar met onschuldige oogjes aan. “Foei Sammy, dat mag niet!”

“Koninkje, koninkje, koninkje van me,  zullen we eerst even met Sammy naar de dierenarts gaan voordat we hem het huis uit zetten?”

“Wat?”, zei prinses Roos ongelovig, “jullie gaan Sammy écht niet hert huis uitzetten. Want het is jullie hondje niet maar die van mij. Dus als Sammy weg moet ga ik met hem mee!!!!”

De koningin probeerde prinses Roos gerust te stellen. “Ach lief prinsesje van me, we gaan wel even kijken of er iets mis is met Sammy”.

Maar de koning brieste: “Ach bij dat beest zit gewoon een steekje los!”

“Rustig, rustig, rustig schatje”, zei de koningin, “ik zal de lakei vragen of hij de dierenarts even belt.”

Even later zaten ze met de hele familie bij de dierenarts, die de hond grondig onderzocht. “Sammy is helemaal gezond”, concludeerde de dierenarts, “het kan zijn dat hij iets verkeerd gegeten of gedronken heeft. Wat eet Sammy zoal?”

Prinses Roos noemde een hele waslijst op van hondenbrokken tot een broodje voor het slapen gaan. “Verder nog wat?”, vroeg de dierenarts. “Eh, ik weet veder niks”, zei prinses Roos.

“Ik ben bang dat ik dan verder niets voor u …..” “Wacht!”, riep de koning er doorheen, “ik heb mormel laatst bonbons gegeven.”  Sammy, Sammy, Sammy”, zei prinses Roos boos, “zijn naam is Sammy en niet mormel!” “Ja, ja, ja”, bromde de koning.

“Bonbons? U geeft Sammy bonbons?”,  zei de dierenarts verbaasd, “Weet u dan niet dat chocola hartstikke slecht is voor honden? Sammy had nu wel dood kunnen zijn. honden mogen absoluut  geen chocola!” “Maar er zit ook karamel in…”,  zei de koning beteuterd. “Dat is ook slecht”, zei de dierenarts nu boos. Nu schaamde de koning zich heel erg voor alle  gemene dingen die hij over Sammy gezegd had.

De koning dacht: “Pom, pom, pom, dat dat hondje door mijn zoveel poept… Ach, nou dan mag hij wel blijven… Oh wat heb ik een spijt …”. Maar eigenwijs als de koning was, sprak hij deze gedachten niet uit. Hij zei: “Ach, dat mormel mag wel blijven.” Prinses Roos zei meteen: “Eh, eh, eh …” “Ja, ja, ja, ik weet heus wel dat hij Sammy heet hoor”, bromde de koning en hij gaf roos een dikke knuffel

 

Reacties zijn gesloten.