Er was eens een prinsesje en haar naam was Roos. Ze woonde in een land hier ver vandaan samen met haar ouders, de koning en de koningin van het Land van Prinses Roos.
Op een dag gingen prinses Roos, de koning, de koningin, Casper (de tweelingbroer van Julia), Maaike, Julia zelf en Lisa op wintersport in de limousine van de koning. Sammy ging niet mee. Hij was bij de lieve heks gebleven. Niet omdat hij dat zo leuk vond, maar van de koning mochten er geen mormels mee op vakantie. En je raadt al wat iedereen zei: ‘Eh, eh, eh, Sammy!’. ‘Ja, maar ik wil geen drollen in mijn limousine’, zei de koning vastbesloten. En dus mocht Sammy niet mee.
Na een lange reis kwamen ze aan in het Land van Prinses Sneeuwvlokje. Daar was het altijd winter. De meiden en Casper gingen meteen skiën. Behalve Lisa, want zij ging snowboarden.
De koning had de hele reis zitten opscheppen hoe goed hij wel niet kon skiën. Nu wilden de meiden en Casper het bewijs wel eens zien. Toen ze eindelijk op de blauwe piste stonden zei de koning: ‘Pom, pom, pom, pom, dit is veel te makkelijk voor mij. Ik ga vele malen hoger!’ Toen stonden ze op de rode piste en de koning zei:’Kinderspel! Ik ga nog een niveau omhoog!’ Toen waren ze op de zwarte piste en de koning zei: ‘Dit is precies goed voor mij, maar ik ben moe en dus ga ik morgen skiën.’, zei de koning. ‘Ja, ja, ja’, zei prinses Roos, ‘ik geloof er niks van!’. Iedereen knikte instemmend, zelf de koningin. ‘Pom, pom, pom, niemand vertrouwt me meer, wat een schande!’, mopperde de koning.
dit plaatje is gemaakt door anna klein
De volgende dag gingen ze op de gemakkelijke blauwe piste skiën. Toen ze met de ankerlift naar boven gingen viel de koning halverwege al uit de lift omdat ze een klein heuveltje opgingen. ‘Slechte kwaliteit ankerlift. Ik wil met een appel naar het ziekenhuis gebracht worden. Ik heb zo’n pijn!’
‘Koninkje, koninkje van me, heb je zo’n pijn? Maar je kunt nooit in een appel weg gebracht worden. Je bent een beetje in de war. Ze doen dat in een banaan: een brancard met een geel doek erover heen. Dat lijkt dus op een banaan.’
‘Maar ik wil een appel!’, zeurde de koning, ‘Want rood is mijn lievelingskleur. En als die er niet is wil ik een rode banaan. Ik bel zelf wel met de ambulance, die regelt het wel voor mij!’.
Ondertussen skiede iedereen door totdat ze de boze heks tegenkwamen in het bos waar ze doorheen skieden. Ze hadden het niet eens door dat de boze weg hen de hele weg had gevolgd op haar supersnelle bezem. Nu keek ze van achter de bomen toe hoe de kinderen plezier maakten en bedacht een plan hoe ze hen kon vangen.
De stoute heks spande een net net boven de sneeuw en Julia, Maaike, Lisa en prinses Roos skieden er zo in. Maar Casper vloog uit de bocht en kwam niet in het net terecht. Maar hij had wel last van zijn knie.
Opeens hoorde Casper geschreeuw uit de lucht. ‘Hey, jongetje!, hoorde hij vaag. ‘Hallo!’, schreeuwde Casper terug. Hij werd er een beetje bang van.
‘Ja, hierboven!’ Casper keek naar de lucht en zag daar een oud vrouwtje op een bezemsteel in de lucht hangen. Hij wreef in zijn ogen. Kon dit echt waar zijn? Ja het was echt waar, want het vrouwtje in de lucht was de lieve heks.
‘Wie ben jij?’, vroeg Casper. ‘De lieve heks!’, schreeuwde ze. Casper had al veel over de lieve heks gehoord. Hoe ze de meiden iedere keer helpt om de boze heks te slim af te zijn. ‘Oh!’, schreeuwde Casper terug.
De lieve heks landde met haar bezem in de sneeuw en zei:’Spring maar achter op mijn bezem. We gaan jouw vrienden redden!’. ‘Ok, snel dan!’, zei Casper en hij stapte achterop.
De super snelle bezem van de lieve heks raasde door de lucht tot ze op een gegeven moment de boze heks voor en zagen. ‘Wat moeten we doen?’, vroeg Casper bezorgd. ‘Nou ….’, zei de lieve heks, en ze fluisterde het hele plan in Caspers oor.
De lieve heks vloog snel naar de boze heks toe. Haar bezem stopte voor haar. De boze heks schrok zich een hoedje. ‘Ga weg!’, zei de boze heks met een krakerige stem.
‘Laat mijn vrienden gaan!’, gilde Casper stoer. Casper haalde een pistool tevoorschijn en zei nog een laatste keer:’Laat mijn vrienden gaan!’. De boze heks keek verrast en zei:’Nee!’. Toen werd Casper boos en zei: ‘Laat mijn vrienden gaan, heks, of ik schiet je neer.’
Vanuit het net zaten prinses Roos, Lisa, Julia en Maaike verwonderd te kijken. Casper zag de boze heks twijfelen en zei nogmaals: ‘Laat mijn vrienden gaan.’ Zijn stem klonk boos. De boze heks zei:’Oke, oke, maar schiet mij niet neer’. ‘Nu!!!’, zei Casper boos. ‘Ja, ja.’, zei de boze heks. Ze pakte haar toverstokje en liet de meiden vrij. Maar Casper was nog niet klaar. ‘Geef me nu je bezem! En je toverstokje!’. De boze heks keek hem boos aan maar gaf hem toen toch haar bezem en haar toverstokje en liep boos en mopperend weg. De meiden juichten voor Casper. Toen gaf prinses Roos Casper een kusje op zijn wang. Ze bloosde en hij ook. Toen vroeg Casper: ‘Lieve, lieve prinses Roos, wil je verkering met mij?’. Prinses Roos knikte alleen en hij pakte haar hand.
Toen ze bij de koning aankwamen en het hele verhaal verteld hadden zei de koning:’Pom, pom, pom Casper, hoe kom jij eigenlijk aan dat pistool?’. Casper lachte en zei:’Uit de speelgoedwinkel, het pistool is hartstikke nep!’.
Iedereen moest lachten. Daar was de boze heks maar mooi ingetrapt. ‘Maar hoe is het met jou afgelopen?’, vroeg prinses Roos aan de koning. De koning zei:’Nou ja, ik heb niets gebroken maar ik kan niet skiën met mijn gekneusde enkel.’ De koningin keek hem raar aan en zei:’ De dokter zei dat je niets mankeert, klein liegebeestje van me…’. ‘Pom, pom, pom, een grapje kan zeker niet gemaakt worden.’, zei de koning.
De rest van de week skiede en snowboarde iedereen nog heerlijk. Maar voor ze het wisten was de skivakantie voorbij en gingen ze weer terug naar het Land van Prinses Roos, in de limousine van de koning.
super leuk lot!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
suuuuuuuuuuuuuuuuper leeeeeeeeeeeeeeeeeuuuuuuuuuuuuuuuuuk!!!!!!!!!!!!!!!
ik heb nu al zin in de dans show
echt super leuk ik heb nu al zin in de dans show!!!!!!!!